Vorige week bracht ik de kinderen in mijn eentje naar bed. Papa had een afspraak. Nadat ik Daniël als laatste had voorgelezen, liep ik de trap weer af. Ik hoorde in het voorbijgaan al dat Sam aan het huilen was, maar dat doet hij de laatste tijd wel vaker. Als je dan bij hem gaat kijken zegt hij: "Ikke beneden?" Of: "Muziek aan?" Of: "Water drinken?" Of hij verzint een ander smoesje. Die dag vond ik het wel best, ik ging mijn zusje bellen en hij moest maar gewoon gaan slapen, was mijn stellige mening. Na een minuut of tien, twintig huilde hij nog steeds. "Ik ga toch maar even kijken zus," kondigde ik aan en met haar nog aan mijn oor liep ik naar boven.
"Wow, Sam! Wat heb jij nou gedaan?!" riep ik ontdaan. Daar stond mijn kleine mannetje, huilend midden in zijn bedje, armpjes omhoog en een ontredderd snoetje: "Mama, mij schoonmaken!" snikte hij. "Pies, pies!" (Hij spreekt de 'v' en 'f' uit als een 'p', frietjes zijn ook pietjes...) Werkelijk álles zat onder het bloed. Zijn handjes en onderarmen, zijn gezichtje, zijn slaapzak, zijn knuffelkonijntje en zijn beddengoed. Het leek wel een horrorfilm. "Ik bel je zo terug!" zei ik tegen mijn zus-lief.
Sam had een bloedneus gehad, ongelooflijk hoeveel bloed er uit zo'n schattig klein neusje kan komen. Gelukkig kon Sam mij ook vertellen dat hij geen pijn had. Dus ik waste zijn armen en gezicht, verschoonde hem en zijn bedje. Toen alles schoon was en Sam weer gekalmeerd, legde ik hem terug in zijn ledikantje en drukte hem op het hart om niet meer in zijn neus te peuteren. "Ikke niet neuspeuteren!" Herhaalde hij braaf mijn woorden en nestelde zich een uur later dan anders weer lekker in een fris en schoon bed. Vervolgens stond ik nog een hele poos met koud water al het bloed uit de lakens en kleding te spoelen. Vanuit zijn slaapkamer hoorde ik Sams stemmetje nog een paar keer herhalen: "Ikke niet neuspeuteren!" En ik schaamde me toch een klein beetje dat ik zijn gehuil niet serieus genomen had.
dinsdag 8 juli 2014
zaterdag 5 juli 2014
Over een bijzondere ontmoeting tussen gelijkgestemden
Gisteren deed ik een boodschapje met de kinderen. Ik was met de auto en had niet veel nodig dus ik besloot geen wagentje te nemen en te proberen of de mannen goed zouden luisteren en bij me zouden blijven als ik ze gewoon los liet rondlopen. Ik gaf Daniël de opdracht goed op Sam te letten, in de hoop dat die verantwoordelijkheid zou bijdragen aan een ontspannen winkelbezoek zonder al te veel gemopper van mijn kant. Het leek te werken. Daniël nam bij de ingang een ballon op een stokje voor zichzelf mee en gaf er ook een aan Sam. Hij bleef goed bij me en begeleidde Sam ook zo'n beetje de supermarkt door. Gauw genoeg stonden we bij de kassa, altijd weer het lastigste moment. (Er staan daar niet voor niets bakken met koekjes en snoepgoed voor het grijpen, daar is echt wel over nagedacht.)
Voor de zekerheid nam ik Sam op de arm. Met vriendelijke, doch strenge woorden gaf ik Daniël instructies: "Leg dat maar op de band. Kom nu aan deze kant staan, blijf dicht bij me, níet zomaar naar buiten lopen!" Daniël is best bijdehand en zeker slim genoeg om te weten dat ik hem niet achterna kan komen als ik bij de kassa sta, en al helemaal niet als ik dan ook nog Sam op de arm heb, en ik zag hem al zo eens ondeugend om zich heen kijken. Een zoekende blik: "Waar is een avontuur te beleven?"
Godzijdank bleek achter ons mijn reddende engel te staan, een jongen van een jaar of achttien die ook een ballon op een stokje had, ja heus. "En garde!" riep hij naar Daniël en hij begon een zwaardgevecht met de ballonnen. Je had Daniëls snoetje moeten zien! Hij vond het helemaal het einde. De jongens gingen helemaal op in hun spel, ik had geen kind meer aan Daniël.
De jongen en zijn vriend liepen eerder dan wij naar buiten, maar zodra wij ook buiten waren ging Daniël weer op hem af, om nog even door te vechten. Waar zijn tegenstander ook met zichtbaar plezier op in ging, ze hadden de grootste lol samen. "Je hebt vrienden voor het leven gemaakt," zei ik tegen die jongeman. "Ach, ik ben zelf net een groot kind!" verklaarde hij. En dat moest ook wel, want welke gast van tegen de twintig loopt nou met een ballon op een stokje door de supermarkt? Als je het mij vraagt zijn dat er veel te weinig!
Voor de zekerheid nam ik Sam op de arm. Met vriendelijke, doch strenge woorden gaf ik Daniël instructies: "Leg dat maar op de band. Kom nu aan deze kant staan, blijf dicht bij me, níet zomaar naar buiten lopen!" Daniël is best bijdehand en zeker slim genoeg om te weten dat ik hem niet achterna kan komen als ik bij de kassa sta, en al helemaal niet als ik dan ook nog Sam op de arm heb, en ik zag hem al zo eens ondeugend om zich heen kijken. Een zoekende blik: "Waar is een avontuur te beleven?"
Godzijdank bleek achter ons mijn reddende engel te staan, een jongen van een jaar of achttien die ook een ballon op een stokje had, ja heus. "En garde!" riep hij naar Daniël en hij begon een zwaardgevecht met de ballonnen. Je had Daniëls snoetje moeten zien! Hij vond het helemaal het einde. De jongens gingen helemaal op in hun spel, ik had geen kind meer aan Daniël.
De jongen en zijn vriend liepen eerder dan wij naar buiten, maar zodra wij ook buiten waren ging Daniël weer op hem af, om nog even door te vechten. Waar zijn tegenstander ook met zichtbaar plezier op in ging, ze hadden de grootste lol samen. "Je hebt vrienden voor het leven gemaakt," zei ik tegen die jongeman. "Ach, ik ben zelf net een groot kind!" verklaarde hij. En dat moest ook wel, want welke gast van tegen de twintig loopt nou met een ballon op een stokje door de supermarkt? Als je het mij vraagt zijn dat er veel te weinig!
dinsdag 3 juni 2014
Mama Vera
Lieve mama,
Over hoe we samen spelletjes deden en je me niet liet winnen, zodat ik leerde tegen mijn verlies te kunnen. Bij broerlief is dat trouwens ergens hopeloos misgegaan. Of is dat soms mijn schuld? Liet ík hem winnen toen hij nog klein was?
Over hoe we -voor je het geloof liet voor wat het was- samen naar de kerk wandelden op zaterdagavond. Best een flinke wandeling voor het kleine meisje dat ik toen was. Ter vermaak gluurden we in alle woonkamers binnen waar de lamp aan was, om te zien wat mensen keken op televisie. Als de kinderen dan willen weten wat dat is 'naar de kerk gaan' -ze zijn er immers nog nooit echt geweest- zal ik mijn best doen het hen zo goed mogelijk uit te leggen, zoals jij altijd probeerde mij alles zo goed mogelijk uit te leggen.
Ik zal ze vertellen over mijn kinderfeestjes en uiteraard je voorbeeld volgen en voor hen net zulke mooie en goede feestjes organiseren als ze straks naar school gaan. Als ze nog wat groter zijn zal ik ze vertellen over hoe wij met elkaar Sinterklaas vierden met rijmpjes en surprises en ik zal proberen ook hun papa zover te krijgen deze traditie in ere te houden. Gewoon omdat wij er met zijn allen altijd zo van genoten.
Het allermeest nog zal ik mijn best doen om ervoor te zorgen dat ze nu en in de toekomst met al hun kleine en grote zorgen bij mij terecht kunnen, zoals ik dat ook altijd bij jou kon. Zelfs tot het allerlaatste moment. Ik zal nooit vergeten hoe jij me -een paar maanden geleden pas- getroost hebt toen ik intens verdrietig was omdat ik je onvermijdelijk zou gaan verliezen.
Lieve mama, ik mis je zo, maar wat zijn er veel mooie herinneringen om te koesteren en tradities om door te geven! Drie juni zal voor altijd een dag zijn om daar nog eens extra bij stil te staan - onder het genot van een beschuit met aardbeien. Een nieuwe traditie is geboren.
Mam, ik hou van je, voor altijd!
Je oudste
Je oudste
zondag 1 juni 2014
Over vriendschap en plagerijtjes
Vorige week toen Daniël terug kwam van het kinderdagverblijf vertelde hij me 's-avonds: "Al mijn vriendjes waren er vandaag: Thiago, Liam en Wessel." Hij vervolgde zijn verhaal: "Mama, eerst was ik vriendjes met mezelf, daarna werd ik vriendjes met Thiago, toen met Liam en als laatste ook met Wessel." Ik greep het moment aan om hem mee te geven dat dat een mooi uitgangspunt is voor vriendschap. Je sluit eerst vriendschap met jezelf en vanuit die vriendschap is er ruimte om anderen in je hart te sluiten.
Wat een grote wijsheid weer uit zo'n klein mondje. En een mooie les voor mij! Ik ben nogal eens geneigd het welzijn van een ander voorop te stellen waarbij ik vergeet mijn eigen wensen en grenzen te bewaken...
Gisteren was ik Daniël aan het aankleden vlak na het ontbijt. Hij had de nodige boterhammen gegeten, maar zijn gedachten waren alweer bij de koektrommel: "Mama mag ik zometeen een koekje?" "Wat ben je toch een snoepkont!" verzuchtte ik, terwijl ik hem eens lekker in zijn -toch al blote- billetjes beet. Verontwaardigd reageerde meneer: "Maháam, zoiets zég je toch niet tegen je kind!"
Zo heb ik met Sam een dagelijks ritueel op het aankleedkussen waarbij ik zeg: "Sam wat ben je toch een lekker ding! Ik ga je opeten..." Vervolgens zet ik mijn tanden in zijn buik of in zijn billen, net wat er voorhanden is en hij schatert het uit. Dan vervolg ik: "Wat ben je toch lief!" Sam antwoordt dan: "Ik jou niet lief, mama. Huílen dan!" Waarop ik heel hard begin te huilen, tot grote hilariteit van mijn kleine zoon. Uiteraard moet ik dan het hele verhaal nog een paar keer herhalen.
Alles goed en wel, tot je mannen tegen je gaan samenspannen. Gistermiddag vertrokken we met zijn drieën op de fiets richting opa. Daniël achter mij, Sam voor mij in een fietsstoeltje. Gezien het mooie weer en het weekend had ik een wat korter rokje aan. Ik stapte op de fiets en Daniëls stem klonk achter mij: "Weet je wat jij bent mama?" "Een T-rex," probeerde ik, want dat was hij al de hele dag. "Nee!" "Een kangoeroe dan?" "Nee!" "Wat ben ik dan? Ik geef het op," zuchtte ik. "Een olifant!" verklaarde Daniël, "met je dikke billen." Waarop hij heel hard begon te lachen en Sam er vanuit zijn stoeltje voor mij nog een schepje bovenop deed: "Huílen dan, mama!" Lachend deed ik of ik huilde en deed zo verontwaardigd mogelijk: "Jóngens, zoiets zég je toch niet tegen je moeder!"
Wat een grote wijsheid weer uit zo'n klein mondje. En een mooie les voor mij! Ik ben nogal eens geneigd het welzijn van een ander voorop te stellen waarbij ik vergeet mijn eigen wensen en grenzen te bewaken...
Gisteren was ik Daniël aan het aankleden vlak na het ontbijt. Hij had de nodige boterhammen gegeten, maar zijn gedachten waren alweer bij de koektrommel: "Mama mag ik zometeen een koekje?" "Wat ben je toch een snoepkont!" verzuchtte ik, terwijl ik hem eens lekker in zijn -toch al blote- billetjes beet. Verontwaardigd reageerde meneer: "Maháam, zoiets zég je toch niet tegen je kind!"
Zo heb ik met Sam een dagelijks ritueel op het aankleedkussen waarbij ik zeg: "Sam wat ben je toch een lekker ding! Ik ga je opeten..." Vervolgens zet ik mijn tanden in zijn buik of in zijn billen, net wat er voorhanden is en hij schatert het uit. Dan vervolg ik: "Wat ben je toch lief!" Sam antwoordt dan: "Ik jou niet lief, mama. Huílen dan!" Waarop ik heel hard begin te huilen, tot grote hilariteit van mijn kleine zoon. Uiteraard moet ik dan het hele verhaal nog een paar keer herhalen.
Alles goed en wel, tot je mannen tegen je gaan samenspannen. Gistermiddag vertrokken we met zijn drieën op de fiets richting opa. Daniël achter mij, Sam voor mij in een fietsstoeltje. Gezien het mooie weer en het weekend had ik een wat korter rokje aan. Ik stapte op de fiets en Daniëls stem klonk achter mij: "Weet je wat jij bent mama?" "Een T-rex," probeerde ik, want dat was hij al de hele dag. "Nee!" "Een kangoeroe dan?" "Nee!" "Wat ben ik dan? Ik geef het op," zuchtte ik. "Een olifant!" verklaarde Daniël, "met je dikke billen." Waarop hij heel hard begon te lachen en Sam er vanuit zijn stoeltje voor mij nog een schepje bovenop deed: "Huílen dan, mama!" Lachend deed ik of ik huilde en deed zo verontwaardigd mogelijk: "Jóngens, zoiets zég je toch niet tegen je moeder!"
maandag 26 mei 2014
Over Bruce Springsteen en andere muziek
Vorige week zat ik met de jongens in de auto. De radio stond aan en "Born in the USA" begon te spelen. Bij de eerste tonen vroeg Daniël mij: "Wat is dit voor spannend muziekje, mama?" Ik legde hem uit dat de titel 'geboren in Amerika' betekent en dat het nummer gezongen wordt door Bruce Springsteen, die daadwerkelijk daar geboren is. Verder vertelde ik hem dat papa dat ook mooi vindt en dat hij nog andere liedjes van dezelfde zanger heeft thuis. "Oh," zei Daniël, "die wil ik dan wel graag eens horen!"
Afgelopen zondag gingen Daniël en ik met de fiets naar het overdekte winkelcentrum toen Sam zijn dutje deed. Eigenlijk best zonde, want het was supermooi weer, maar ik was alwéér te laat met inleveren van de bieb boeken en had ze al een keer verlengd, dus die wilde ik in elk geval even in de brievenbus gooien. Het bleek koopzondag te zijn en er was van alles te beleven in het winkelcentrum, dus we liepen toch een rondje. Daniël liet zich schminken, we bewonderden wat levende standbeelden en er was de-man-met-de-gitaar.
De-man-met-de-gitaar liep rond en speelde her en der een deuntje. Op een gegeven moment kwam hij bij ons en de andere kinderen staan die stonden te wachten in de rij voor de schmink. Hij speelde: "Ik neem je mee" van Gers Pardoel. Dat kent Daniël wel, omdat er een getekende videoclip bij hoort. Daniël keek met grote ogen naar die meneer, zichtbaar onder de indruk, maar hij was te verlegen om te klappen toen het liedje af was. De man liep verder en ging weer ergens anders spelen.
Nadat Daniël was omgetoverd in een krokodil en we op weg waren naar buiten, kwamen we de-man-met-de-gitaar weer tegen. Daniël bleef staan, pakte mijn hand en bleef ademloos luisteren. Dit keer naar "Like a rolling stone" van Bob Dylan. Daniël leunde met zijn geschminkte hoofdje tegen mijn heup (zucht-schmink aan mijn jurk) en weigerde verder te lopen, hij was met zijn volledige aandacht bij de muziek. Toen ook dit nummer ten einde kwam durfde Daniël wel te klappen. Hij klapte zelfs zo hard als hij kon! Het liefst was hij de rest van de middag achter deze muzikant aangelopen, maar ik wilde toch graag nog wat van het zonnetje genieten en sleepte hem mee naar buiten.
Eenmaal terug op de fiets zat er een vogeltje op het fietspad. "Kssst, ga weg!" riep Daniël. "Waarom jaag je dat vogeltje nou weg?" vroeg ik. "Zodat we hem niet doodrijden," verklaarde Daniël. "Ja, want dat zou zielig zijn," was ik het met hem eens. "Ja, en dan ben ik heel verdrietig," zei Daniël, "want vogels zorgen voor de muziek in de lucht!"
Afgelopen zondag gingen Daniël en ik met de fiets naar het overdekte winkelcentrum toen Sam zijn dutje deed. Eigenlijk best zonde, want het was supermooi weer, maar ik was alwéér te laat met inleveren van de bieb boeken en had ze al een keer verlengd, dus die wilde ik in elk geval even in de brievenbus gooien. Het bleek koopzondag te zijn en er was van alles te beleven in het winkelcentrum, dus we liepen toch een rondje. Daniël liet zich schminken, we bewonderden wat levende standbeelden en er was de-man-met-de-gitaar.
De-man-met-de-gitaar liep rond en speelde her en der een deuntje. Op een gegeven moment kwam hij bij ons en de andere kinderen staan die stonden te wachten in de rij voor de schmink. Hij speelde: "Ik neem je mee" van Gers Pardoel. Dat kent Daniël wel, omdat er een getekende videoclip bij hoort. Daniël keek met grote ogen naar die meneer, zichtbaar onder de indruk, maar hij was te verlegen om te klappen toen het liedje af was. De man liep verder en ging weer ergens anders spelen.
Nadat Daniël was omgetoverd in een krokodil en we op weg waren naar buiten, kwamen we de-man-met-de-gitaar weer tegen. Daniël bleef staan, pakte mijn hand en bleef ademloos luisteren. Dit keer naar "Like a rolling stone" van Bob Dylan. Daniël leunde met zijn geschminkte hoofdje tegen mijn heup (zucht-schmink aan mijn jurk) en weigerde verder te lopen, hij was met zijn volledige aandacht bij de muziek. Toen ook dit nummer ten einde kwam durfde Daniël wel te klappen. Hij klapte zelfs zo hard als hij kon! Het liefst was hij de rest van de middag achter deze muzikant aangelopen, maar ik wilde toch graag nog wat van het zonnetje genieten en sleepte hem mee naar buiten.
Eenmaal terug op de fiets zat er een vogeltje op het fietspad. "Kssst, ga weg!" riep Daniël. "Waarom jaag je dat vogeltje nou weg?" vroeg ik. "Zodat we hem niet doodrijden," verklaarde Daniël. "Ja, want dat zou zielig zijn," was ik het met hem eens. "Ja, en dan ben ik heel verdrietig," zei Daniël, "want vogels zorgen voor de muziek in de lucht!"
zondag 23 maart 2014
Dokter Daniël
Vanmorgen mocht ik uitslapen. Al vroeg werd mijn rust verstoord. Daniël kwam bij me: "Ben je ziek mama?" vroeg hij. "Ik weet niet, misschien moet je me even onderzoeken," antwoordde ik ietwat slaperig. "Oké," zei hij, "even mijn bril en mijn dokterskoffertje pakken. Mijn bril is heel sjiek!" verkondigde hij. Even later kwam hij terug met zijn koffer en een zonnebril op zijn neus. Uiteraard een weergaloos knappe dokter.
"Ik ga je onderzoeken. Waar heb je allemaal last van? Heb je pijn in je buik?" vroeg mijn dokter professioneel. "Ehm, ja een beetje." Daniël ging aan de slag en pakte al zijn spulletjes erbij. Hij luisterde naar mijn hart met een koude stethoscoop, klopte op mijn been dat het een lieve lust was en bestudeerde mijn beide oren uitgebreid. De schaar vond hij wat lastiger te plaatsen in medische termen, maar dat loste hij op ingenieuze wijze op: "Je haar is een beetje kort, ik zal het even knippen." Mijn dokter is duidelijk van alle markten thuis.
De thermometer werd uiteraard ook gebruikt. "Even kijken hoe warm je bent. En als je heel warm bent, heb je hete soep gegeten," wist mijn dokter te vertellen. "Ja, ik zie het al, nu moet je de hele dag in bed blijven." "Goh, wat vervelend," was mijn commentaar en ik zag mezelf al de hele dag prinsesheerlijk met een boekje op bed bivakkeren, heel naar! "Waar heb je nog meer last van?" wilde mijn grondige dokter weten. "Mijn neus is verstopt," antwoordde ik, om maar eens iets te verzinnen. "Nee hoor, ik zie hem nog!" aldus mijn bij-de-handte arts in spe.
Als uitsmijter wilde mijn dokter me nog graag een prikje geven. "Doet dat pijn?" vroeg ik angstvallig. "Nee hoor, dat doet helemaal geen pijn, hij moet in je navel." Braaf deed ik mijn shirt omhoog en daar kwam de spuit. "Ik ga je een spuitje geven, zodat je altijd gezond blijft!" verklaarde dokter Daniël plechtig. En ik, ik zuchtte eens diep, kon je die maar aan oma geven...
"Ik ga je onderzoeken. Waar heb je allemaal last van? Heb je pijn in je buik?" vroeg mijn dokter professioneel. "Ehm, ja een beetje." Daniël ging aan de slag en pakte al zijn spulletjes erbij. Hij luisterde naar mijn hart met een koude stethoscoop, klopte op mijn been dat het een lieve lust was en bestudeerde mijn beide oren uitgebreid. De schaar vond hij wat lastiger te plaatsen in medische termen, maar dat loste hij op ingenieuze wijze op: "Je haar is een beetje kort, ik zal het even knippen." Mijn dokter is duidelijk van alle markten thuis.
De thermometer werd uiteraard ook gebruikt. "Even kijken hoe warm je bent. En als je heel warm bent, heb je hete soep gegeten," wist mijn dokter te vertellen. "Ja, ik zie het al, nu moet je de hele dag in bed blijven." "Goh, wat vervelend," was mijn commentaar en ik zag mezelf al de hele dag prinsesheerlijk met een boekje op bed bivakkeren, heel naar! "Waar heb je nog meer last van?" wilde mijn grondige dokter weten. "Mijn neus is verstopt," antwoordde ik, om maar eens iets te verzinnen. "Nee hoor, ik zie hem nog!" aldus mijn bij-de-handte arts in spe.
Als uitsmijter wilde mijn dokter me nog graag een prikje geven. "Doet dat pijn?" vroeg ik angstvallig. "Nee hoor, dat doet helemaal geen pijn, hij moet in je navel." Braaf deed ik mijn shirt omhoog en daar kwam de spuit. "Ik ga je een spuitje geven, zodat je altijd gezond blijft!" verklaarde dokter Daniël plechtig. En ik, ik zuchtte eens diep, kon je die maar aan oma geven...
vrijdag 24 januari 2014
Huwelijksaanzoek
Eindelijk is het dan zover, een heus echt huwelijksaanzoek, lees maar hoe dat ging:
Kwart over zes in de ochtend, het is nog donker, we liggen samen in bed. ''Knuffel!'' eist hij. Ik pak hem stevig vast, hij slaat zijn armen om me heen en drukt zich tegen me aan. "Klaar,'' zegt hij even later en hij laat me weer los.
Ik: "Ik vind jou zo lief!"
Hij: ''Ik ook...''
-korte stilte-
Hij: ''Zullen we met ons trouwen?''
Ik: ''Wij tweetjes?''
Hij: ''Ja, jij en ik.''
Ik: "Oké.'' en ik geef hem een dikke kus.
Even later
Hij: ''Jij en ik gaan met ons trouwen, he mama?
Ik: ''Ja, papa is mooi te laat, nu ga ik met jou trouwen, Daniël!''
Kwart over zes in de ochtend, het is nog donker, we liggen samen in bed. ''Knuffel!'' eist hij. Ik pak hem stevig vast, hij slaat zijn armen om me heen en drukt zich tegen me aan. "Klaar,'' zegt hij even later en hij laat me weer los.
Ik: "Ik vind jou zo lief!"
Hij: ''Ik ook...''
-korte stilte-
Hij: ''Zullen we met ons trouwen?''
Ik: ''Wij tweetjes?''
Hij: ''Ja, jij en ik.''
Ik: "Oké.'' en ik geef hem een dikke kus.
Even later
Hij: ''Jij en ik gaan met ons trouwen, he mama?
Ik: ''Ja, papa is mooi te laat, nu ga ik met jou trouwen, Daniël!''
Abonneren op:
Posts (Atom)